In de aanpak van het vluchtelingenvraagstuk moet niet “het probleem” , maar de mens centraal staan.. Dat is de kern van de boodschap, die de Paus deze week (weer) achterliet toen hij Lesbos bezocht. En daarmee herbevestigt hij wat mij betreft zijn status als moreel wereldleider. Net zo als Angela Merkel.Het centraal stellen van de vluchteling als mens, lost het vraagstuk nog niet op , maar geeft wel richting aan het handelingsperspectief.  In het Lentenummer van Christen Democratische Verkenningen stellen partijleider Buma en Kamerlid Heerma van het CDA wel de problemen centraal, niet de vluchteling. Zij stellen dat de oplossing van korte termijn vraagstukken vanzelfsprekend de meeste aandacht vraagt. Vervolgens gaat het volgens hen op de langere termijn om het absorptievermogen van de samenleving om grote groepen op te nemen, waaronder velen met radicale opvattingen.“We kunnen er echt niet als vanzelfsprekend vanuit gaan dat grote voorliefde voor onze westerse manier van leven de motivatie is voor alle vluchtelingen om zich hier te vestigen” schrijven de auteurs. Vanzelfsprekend niet , zou ik willen zeggen. Die mensen zijn op de vlucht voor oorlog, geweld en armoede. En laten we maar eerlijk zijn: de stroom zal nog groeien als gevolg van een sterk toenemende droogte in grote delen van Afrika. Grote delen van de wereld zijn en komen op drift. De christendemocratische auteurs menen dat nog maar weinigen onder ons weten wat onze belangrijkste culturele waarden zijn. Zij stellen dat dit collectieve waardenpatroon wel noodzakelijk is om er voor te zorgen dat onze samenleving niet onder de vluchtelingenvoeten worden gelopen. We zullen aan de slag moeten om te zorgen voor meer vaderlandsliefde en het uitdragen van onze dominante Europese joods-christelijke cultuur. En daarbij heeft het onderwijs een belangrijke rol. Aldus de auteurs. “Er was eens”….. Er was eens een tijd waarin we in Nederland veel waarden en normen met elkaar deelden. In elk geval binnen een aantal relevante maatschappelijke zuilen. Maar daar is de laatste tientalen jaren veel in veranderd en er zijn grote verschillen tussen de cultuur, de waarden van veel groepen in onze samenleving. Door de internationalisering en globalisering zijn die verschillen alleen maar toegenomen. Voor mij is duidelijk dat als mensen niet ergens een “thuis” hebben waar ze zich thuis- en geaccepteerd voelen, het moeilijk is van hen te verlangen dat ze gemakkelijk meedenken over de oplossing van de grote problemen van anderen. Onze wereld globaliseert en veel mensen hebben het gevoel buitengesloten te zijn van de voordelen van een globaliserende samenleving. Ze voelen zich niet meer “thuis” in de samenleving en de voordelen van de globalisering lijken wel erg eenzijdig bij kleine groepen terecht te komen. De tweedeling tussen hen, die hebben en die niet hebben, is er niet geringer op geworden. En de komst van grote groepen “have not’s” met soms wezenlijk andere waardepatronen maakt die tweedeling nog pregnanter. Het is verleidelijk -en nostalgisch – om te blijven streven naar een gemeenschappelijk waardepatroon, maar het is zinvoller en volgens mij ook echt christendemocratisch om de verschillen te erkennen, te respecteren en daar mee om te gaan. Hoe moeilijk dat ook is. We leven in een samenleving waarin de waarden niet als vanzelf worden gedeeld. Dat maakt besturen gecompliceerd. Juist in een wereld van onzekerheden neemt de behoefte van mensen om ergens bij horen (een dorp, een club, een land) – een “wij-gevoel” te hebben – toe. Dat is begrijpelijk en tot op zekere hoogte ook noodzakelijk om “veilig” de grote wereldproblemen aan te kunnen, maar het kan tegelijkertijd ook een bedreiging zijn. Laten we voorzichtig zijn met die behoefte aan “wij-gevoel” te cultiveren en laten we het zeker niet “inzetten” als een instrument om de invloed van vreemde culturen tegen te houden. In de wereld van de internationale samenwerking wordt gesproken over “inclusieve ontwikkeling”. Daarbij gaat het o.a. om toegang tot besluitvorming, eerlijke kansen, herverdeling van inkomen en vermogen en bestrijding van corruptie. Wellicht zijn dat belangrijkere instrumenten voor een vreedzame wijze van met elkaar leven dan het herwaarderen van de vaderlandsliefde. Ik ben blij met een partijleider, die zijn gedachten op schrift stelt. Ik zie dat als een uitnodiging voor de noodzakelijke discussie. Maar uit het voorgaande zal duidelijk zijn geworden, dat ik van harte hoop, dat het nieuwe CDA verkiezingsprogramma een andere sfeer zal ademen dan dit stuk in Christen Democratische Verkenningen. Wil van der Kruijs houdt er van om mee te denken over de strategie van de partij en daarover te publiceren. Hij was eerder voorzitter van CDA Brabant en is thans voorzitter van de Unie KBO. Please reload